Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

De klimaatzaken tegen de Nederlandse Staat door Urgenda en tegen Shell door Milieudefensie zijn krachtige voorbeelden hoe non-profitorganisaties ander klimaatbeleid af kunnen dwingen. De zichtbaarheid van deze zaken in het publieke debat heeft ook invloed op de mening van veel burgers. Het is nu niet meer de vraag wie verantwoordelijk is voor gevolgen van klimaatverandering, maar een feit dat juridisch is vastgelegd. Communicatiewetenschapper Anke Wonneberger onderzoekt hoe non-profitorganisaties met hun campagnes het thema duurzaamheid op de kaart (kunnen) zetten.

iemand houdt bord omhoog waarop staat 'Climate justice now'
Photo by Markus Spiske on Unsplash

Om met de gevolgen van klimaatverandering om te gaan en hier breed draagvlak voor te krijgen, is communicatie een voorwaarde, stelt communicatiewetenschapper Anke Wonneberger. Om te begrijpen welke richting we als samenleving op gaan, en welke oplossingen er wel en niet komen, moeten we weten welke actoren welke posities innemen in het publieke debat. Voor welke argumenten zoeken en krijgen zij steun?

‘Omdat grote non-profitorganisaties zoals milieuorganisaties vaak de aanjagers van maatschappelijke veranderingen zijn en steeds sterker worden in communicatie, is hun rol hierin heel interessant’, stelt Wonneberger. Wonneberger onderzoekt hoe non-profitorganisaties zich zichtbaar maken op onderwerpen rond dierenwelzijn en klimaatverandering. Ze kijkt daarvoor naar campagnes van Wakker Dier en naar klimaatzaken die in Nederland voor de rechter kwamen. Zo bleken de klimaatzaken van Urgenda tegen de Nederlandse Staat en van Milieudefensie tegen Shell een heel krachtig middel om breed draagvlak te krijgen.

Het sterke effect van klimaatzaken

De klimaatzaken van Urgenda en Milieudefensie hebben ook internationaal veel aandacht getrokken. ‘Dit zijn in eerste instantie rechtszaken’, legt Wonneberger uit, ‘maar je kunt het ook als publiekscampagnes zien met een mobiliserend effect op een breder publiek. Hoe worden deze zaken daarom zichtbaar in het publieke debat?’ Zo blijkt dat de media-aandacht voor de Urgendazaak ook tot meer mediadiscussie over klimaatbeleid leidde, uiteindelijk tot de Tweede Kamer aan toe. ‘Urgenda heeft zich met deze klimaatzaak heel goed kunnen positioneren naar het publiek. Het heeft invloed gehad op de publieke opinie over de verantwoordelijkheid van de staat. Wie verantwoordelijk is, is nu juridisch vastgelegd. Dus dat is geen vraag meer, maar een gegeven en nu gaat het over de oplossingen.’

Anke Wonneberger
Copyright: GSC
We zullen steeds meer klimaatzaken gaan zien, ook tegen kleinere bedrijven Anke Wonneberger

Door dit soort succesvolle zaken is de drempel lager geworden om een rechtszaak aan te spannen, en zullen we steeds meer klimaatzaken gaan zien, vermoedt Wonneberger. ‘Internationaal wordt bijvoorbeeld al veel opgepakt, we zien nu vergelijkbare rechtszaken in Frankrijk en Zuid-Amerika.’ Ook verwacht ze dat we meer kleinere rechtszaken zullen zien, tegen kleinere organisaties.

Meer oog hebben voor verschillende klimaatgroepen

Deze klimaatzaken hebben een breed publiek kunnen bereiken, maar dit is niet altijd het geval wanneer non-profitorganisaties zich op thema’s rond dierenwelzijn en duurzaamheid zichtbaar willen maken. Wonneberger wijst op het belang om verschillende klimaatpublieken te (h)erkennen, zoals uit onderzoek is gebleken. ‘Non-profitorganisaties vertellen vaak één soort verhaal. Uit ons onderzoek blijkt echter nogal variatie in hoe serieus Nederlanders klimaatverandering vinden en wat er volgens hun moet worden gedaan. Er zijn mensen die heel geëngageerd en bezorgd zijn. Die staan heel erg open voor verandering. Maar er is een grote groep Nederlanders die het niet zo’n belangrijk onderwerp vindt. En dan zijn er nog mensen die heel sceptisch zijn en die helemaal geen verandering willen.’

Je moet een ander verhaal vertellen aan mensen die al bezorgd zijn dan aan mensen die er nog niet mee bezig zijn

Non-profitorganisaties kunnen volgens Wonneberger meer draagvlak creëren door op dit soort verschillen in te gaan. Door verschillende verhalen te vertellen waar mensen zich in kunnen herkennen. ‘Nu zijn organisaties vaak sterk op de eigen achterban gericht, en soms bang een andere positie in te nemen dan ze van hun achterban vermoeden. Maar dat staat het grote draagvlak voor met name verder gaande oplossingen in de weg’, stelt Wonneberger. Ze noemt als voorbeeld de opvallende terughoudendheid van grote organisaties in de discussie over het eten van minder dierlijke producten.

Bereik de mensen die bubbels met elkaar verbinden

Meer draagvlak kunnen creëren door verschillende klimaatgroepen aan te spreken, ziet Wonneberger ook terug in haar onderzoek naar dierenwelzijn campagnes op sociale media. ‘Zoals al uit veel andere onderzoeken is gebleken, communiceren mensen op bijvoorbeeld Twitter vooral in hun eigen bubbel’, legt Wonneberger uit. ‘Veel van de non-profit organisaties richten zich beperkt op bubbels die hun positie al steunen. Maar ons onderzoek laat ziet dat er individuele burgers zijn die als een soort brug werken tussen verschillende bubbels en daarmee toegang geven tot andere netwerken.’ Non-profitorganisaties kunnen hun boodschap veel sterker delen op sociale media als ze deze mensen weten te bereiken denkt Wonneberger. ‘Dit zijn vaak opiniemakers die een bepaald standpunt goed kunnen overbrengen naar andere groepen.’

Verder lezen?

Een vergelijking tussen de Urgenda en Shell zaken zal binnenkort als artikel verschijnen. Wat is het verschil tussen een zaak tegen een staat en een groot bedrijf? Welke argumenten komen er aan bod?

Dr. A. (Anke) Wonneberger

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programmagroep: Corporate Communication