For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
You are using a browser that is no longer supported by Microsoft. Please upgrade your browser. The site may not present itself correctly if you continue browsing.

Taalwetenschapper Sybren Spit merkte op dat vaak wordt aangenomen dat kinderen heel goed zijn in nieuwe talen leren, waarbij uitleg niets zou toevoegen ten opzichte van blootstelling aan taal. Hij besloot deze aannames niet voor lief te nemen. Op 4 februari promoveert hij op zijn onderzoek naar hoe kleuters een nieuwe taal leren.

Het is een bekend fenomeen: een kind dat ‘hun hebben’ of ‘zij wouden’ zegt, is daar vaak moeilijk vanaf te brengen. Zo snel als ze hun woordenschat uitbreiden, zo langzaam verwerken ze expliciete correcties.  

Spit legt uit dat algemeen wordt aangenomen dat wat kinderen om zich heen horen leidend is bij het leren van een taal. Uitleg zou niet werken. Tijdens zijn promotietraject onderzocht hij hoe goed kinderen een nieuwe taal kunnen leren en of uitleg hierbij inderdaad niets uithaalt. Voor zijn experimenten koos Spit voor kinderen uit groep 1 en 2 van de basisschool: kleuters. ‘We wilden kijken naar een groep waarvan het waarschijnlijk is dat ze nog geen onderwijs hebben gehad in taal.’

Kunsttaal

Om zeker te weten dat geen van de kinderen de taal al zouden kennen, ontwikkelde Spit een kunsttaal. Deze is grotendeels gebaseerd op het Esperanto, een bestaande kunsttaal. ‘Zo hebben we een lijst woorden bij elkaar gesprokkeld en deze voor de experimenten aangepast.’

In de kunsttaal bracht de promovendus een grammaticale regel aan die de kinderen konden leren. Het woord ‘tra’ kon worden gebruikt als lidwoord bij ieder willekeurig aantal objecten, het woord ‘pli’ alleen als meervoudsaanduiding.

Het experiment

De inleiding van het experiment was in het Nederlands: de kinderen zouden personages volgen die op vakantie gingen naar een land waar een nieuwe, vreemde taal wordt gesproken. Daarna kregen de kleuters plaatjes te zien op een computerscherm en hoorden ze teksten in de door de onderzoekers samengestelde kunsttaal. 

Voorbeelden van afbeeldingen en teksten die kinderen zagen en hoorden tijdens het experiment.

Na een half uur blootstelling aan de taal moesten de kinderen de correcte zin uit twee keuzes identificeren. Bij beheersing van de opgestelde grammaticaregel is het gemakkelijker om een zin met ‘pli’ erin te herkennen als juist of onjuist: deze kan alleen gebruikt worden bij twee of meer objecten, terwijl zinnen met ‘tra’ niets prijsgeven over enkel- of meervoud. Bij vragen over zinnen met ‘pli’ werd wel iets vaker het juiste antwoord gegeven, maar het verschil was niet groot.

Uitleg: zinnig of niet?

‘In de tweede helft van het onderzoek wilden we kijken of het uitmaakt of je kinderen uitleg geeft over taal’, vertelt Spit. Hiervoor werd een nieuwe groep kleuters onderzocht: de ene helft kreeg een expliciete uitleg van de grammaticaregel, de andere niet.

De kinderen die uitleg kregen gaven niet vaker het juiste antwoord, maar in deze fase van het onderzoek werden ook hun oogbewegingen gemonitord. In deze resultaten was wel een verschil te zien: kinderen die uitleg hadden gekregen, keken sneller naar het juiste plaatje. ‘Ik maak daaruit op dat ze misschien nog bezig zijn met de verwerking van de uitleg. Als je ze de vraag direct erna of de volgende dag stelt, zoals in dit onderzoek, is dat misschien nog te snel. Hieruit blijkt in ieder geval dat niet zomaar moet worden aangenomen dat uitleg helemaal niet werkt.’

Taalverwerving kinderen ‘geen magisch proces’

‘In de wetenschappelijke literatuur is de neiging om verrassende resultaten te publiceren, waardoor het in sommige experimenten lijkt alsof kinderen enorm goed zijn in het leren van een nieuwe taal. In de taalwetenschap wordt vaak gezegd dat kinderen goed een taal kunnen leren en dat dat een magisch proces is, maar eigenlijk gaat het best langzaam’, zegt de promovendus.

Voorbeelden van vragen die de kinderen moesten beantwoorden. In beide voorbeelden is het rechterplaatje het goede antwoord.

In zijn onderzoek vond Spit bevestiging. In alle experimenten hadden de kleuters ongeveer de helft van de vragen goed, in de gevallen waarbij ze het antwoord hadden kunnen weten op basis van de grammaticale regel (de zinnen met het woord ‘pli’) presteerden ze maar mondjesmaat beter. Hieruit bleek dat ze de grammaticaregel wel hadden opgepikt, maar nog verre van foutloos konden toepassen. ‘Dus ze kunnen zo’n regel leren op basis van taalaanbod, maar niet heel goed of snel. Terwijl dat wél vaak wordt aangenomen.’

De promovendus ziet graag een vervolgonderzoek verschijnen naar het onderwerp, al dan niet uit eigen naam. In totaal deden 366 kleuters mee aan het onderzoek van Spit. ‘Niet allemaal tegelijk natuurlijk’, lacht hij. ‘Als ze terugkwamen in de klas vroeg de juf: wat heb je gedaan? “Ik heb Engels geleerd!”’

Promotiegegevens

Sybren Spit verdedigt zijn promotie-onderzoek Awareness and instruction when kindergarteners acquire grammar op 4 februari. De ceremonie vindt plaats om 13:00 in de Agnietenkapel.